Hormonen tijdens de overgang Hormonen tijdens de overgang

Hormonen tijdens de overgang

Tijdens de overgang verandert er van alles in je lijf. Je hormonen raken uit balans, en dat voel je. Slecht slapen, zweetaanvallen, stemmingswisselingen: het hoort er allemaal bij. De een glijdt er moeiteloos doorheen, de ander herkent zichzelf soms niet meer. En ja, het kan even duren. Maar hoe pittig het ook is: het is een fase. Er komt een moment waarop je lijf weer een nieuwe balans vindt.

Wat doen hormonen tijdens de overgang?

Je hormonen houden je lijf normaal gesproken in balans. Ze regelen van alles: je energieniveau, je slaap, je stemming, je temperatuur. Maar tijdens de overgang verandert die balans. Je oestrogeen en progesteron nemen langzaam af. En dat merk je. Want als die hormonen gaan schommelen, raakt je hele systeem uit evenwicht. Dat is niet gek, het hoort erbij. Maar het kan wel flink binnenkomen. Je lijf zoekt een nieuw ritme, en dat kost tijd.

Oestrogeen en progesteron

De hormonen oestrogeen en progesteron zijn twee hoofdrolspelers in je cyclus. Ze zorgen ervoor dat er een eicel rijpt, dat je baarmoeder zich klaarmaakt voor een mogelijke zwangerschap en dat de menstruatie op gang komt als er geen bevruchting is. Elke maand opnieuw. Totdat het langzaam begint te veranderen. Vanaf je 37e neemt de aanmaak van deze hormonen geleidelijk af. Je lichaam maakt bijna geen progesteron meer aan en het oestrogeenniveau daalt uiteindelijk met wel 90%. Dat vraagt wat van je lijf. Het moet zich aanpassen aan de nieuwe hormonale situatie. En dat proces kan zich uiten in de bekende, maar soms lastige overgangsverschijnselen.

Oestrogeen na de overgang

Ook na de overgang maakt je lichaam nog oestrogeen aan, maar veel minder dan voorheen. De eierstokken stoppen ermee, en die taak wordt deels overgenomen door je vetweefsel en je bijnieren. Oestrogeen blijft belangrijk voor de werking van je lichaam. En als het daalt, kun je dat op allerlei manieren merken. Wist je dat er meer dan 160 overgangsklachten zijn beschreven? Je krijgt ze vast niet allemaal, maar áls je klachten hebt die je dagelijks leven beïnvloeden, blijf er dan niet mee rondlopen. Bespreek het met je huisarts of een overgangsconsulent. Echt, je hoeft dit niet alleen te doen.